Met de fiets op de volvobootTerug naar het overzicht

1812 x bekeken
Vrachtschip

De Volvoboot, dat is eigenlijk een gigantisch vrachtschip van DFDS Seaways dat 5 keer per week heen en terug vaart tussen onze vurige stede Gent en Gothenburg, Zweden. Uiteraard bijna volledig in dienst van Volvo, met zowel trucks, cars en allerlei trailers vol ‘parts’ aan boord. Maar er is ook plaats voor enkele passagiers zoals u en ik. Voor zo’n 200 euro boek je een kajuit, maaltijden inbegrepen. De vriendelijke mensen van DFDS in Gent helpen je graag aan een plaatsje aan boord, enkele weken voor afreis krijg je dan een bevestiging toegestuurd en kan je beginnen dromen van wilde avonturen op zee. En waarom deze trip niet koppelen met een fietsreis? Al jaren mijn droom: heen met de boot naar Zweden, terugfietsen naar Gent.

De Magnolia Seaways!

Zo gezegd, zo gedaan, en al gauw vond ik 3 vrienden die me wilden vergezellen op dit avontuur. Ruim 1100 km fietsen in 9 dagen is wat te krap, maar wie niet waagt… Zo vertrokken we op vrijdag 31 mei 2013 met ons viertjes vanonder de Gentse Stadshal richting Gentse haven. Na het aanmelden bij DFDS krijg je een code om de poort van de haven mee open te doen, en daar zagen we ons schip liggen: de Magnolia Seaways! My god, het schip was nog veel groter dan in mijn dromen! Hardwerkende mannen waren druk bezig met spiksplinternieuwe Volvo’s in de boot te knallen, enkele kranen en containers moesten er ook nog op, en met een half uur vertraging vertrokken we dan in het schemerdonker door het kanaal richting open zee. Al gauw werd duidelijk wie in het gezelschap echte zeemansbenen had, en wie de landratten waren.

Noorse fjorden

Op zaterdagochtend ontwaakten we dan op volle zee, en kregen we tijdig onze maaltijden voorgeschoteld door de bootskok. Aangezien we toch meer dan 30 uur onderweg waren, hadden we ruim de tijd om onze fietsroute uit te stippelen, een wandelingetje te doen aan boord, een filmpje te bekijken, de stuurhut te bezoeken, en waarom niet eens een middagdutje doen. Groot was onze verbijstering toen we op zondagochtend plots aangemeerd bleken te liggen in Brevik, Noorwegen! Blijkbaar maakt het schip dat ‘s vrijdags vertrekt eerst een stop een Noorwegen, om daarna richting Zweden te varen. Wel schoon moet ik zeggen, die Noorse fjorden! Op zondag middag kwamen we dan aan in Gothenburg, en na een overtochtje van het Kattegat met een andere ferry richting Frederikshavn (Denemarken) op maandagochtend konden we aan ons grote avontuur beginnen: proberen de volledige afstand naar Gent met de fiets af te leggen.

De fietsreis

De eerste dagen gingen verrassend vlot: onder een stralende zon, en met een rugwindje meteen al 134 en 115 kilometer afgelegd op dag 1 en 2. Ergens begon het geloof te groeien dat het wel eens zou kunnen lukken! In Denemarken zijn een aantal fietsroutes uitgestippeld, zoals de North Sea Cycle Route en de Jutlandroute. Maar die doen de toeristische attracties aan en zijn dus niet ideaal als je snel wil doorfietsen. Dus bleef het zoeken naar de beste route. Tijdens een stop bij de apotheker sprak een vriendelijk dametje ons aan, en stuurde ons richting een tot-fietspad-omgevormd-treinspoor. Even later kwam ze terug aangefietst met enkele kaarten van de streek, en een enveloppe die ze aan zich zelf had geadresseerd: “Gebruik die kaarten maar, en steek ze op de post net voor jullie de grens met Duitsland oversteken”. Waw, we waren onder de indruk van zoveel fiets-vriendelijkheid! Voor de rest waren de Denen toch wat aan de norse kant, of lag het aan het feit dat wij op vakantie waren en dus redelijk uitgelaten?

De melkboer

Ook de volgende dagen ging het goed vooruit met ons peletonnetje, met ritten van 134, 149 en zelfs 151 kilometer. Als je met vier samen fietst kan je al eens afwisselen op kop. In Duitsland noemen ze dat trouwens Der Belgischer Kreis (het Belgisch rondje) of zo. Dit kwamen we te weten van de sympathieke Duitser Thomas die ons van de straat plukte om ons een kaart, wat lekkere koekjes en drankjes aan te bieden voor we verder reden richting Glückstadt aan de Elbe. Qua overnachtingen vonden we voor iedere nacht iets anders: enkele wildkampeerplaatsen, een nachtje op het dek van een ouden molen, een hotelletje (met tv, want de Belgen speelden tegen Servië ) en in Nederland vonden we onderdak bij een jonge melkboer. “Neem deze fles verse melk mee” zei hij, “De Witte Molen is goed voor fietsers!” En wij vlug terug op de trappers, want fietsen is fietsen.

Enclave

Meer heb je eigenlijk niet nodig onderweg: een toffe slaapplaats, lekker eten, warme ontmoetingen met lokale mensen, en ‘s morgens hang je je tassen terug op de fiets en trek je verder. Dat is het pure fietsplezier. Zo reden we verder, met ritten van dagelijks 130 à 150 km. Na de koninginnenrit van 154 kilometer kwamen we dan eindelijk aan in ons vaderland, het is te zeggen in Baarle-Nassau, een van de Belgische enclaves in Nederland.

Tourmalet

Toen we plots café ‘Tourmalet’ passeerden beseften we dat dit ons lot was, hier zouden we onze rit aller ritten vieren, in het café van ex-tour renner Rik Wouters. De sfeer zat er goed in want er was net een buurtfeest aan de gang, en binnen enkele minuten had Maarten al een slaapplaats geregeld bij een sympathieke Nederlandse wandelaar. De pret kon niet op, want er waren pintjes aan anderhalve euro. Maar er zat de volgende dag nog een rit van een 100-tal kilometer aan te komen, dus kropen we tijdig in onze slaapzak. De laatste dag ging het via Antwerpen richting Gent, en tegen 17u zaten we op het terras van ons stamcafé De Robot, onze glorieuze trip te vieren met een fris glas bier. Al bij al een zeer geslaagde trip dus, met een totaal van iets meer dan 1200 kilometer op 9 dagen tijd, 9 dagen volle zon, goed gezelschap en de tijd van ons leven!

Dit artikel verscheen eerder op Gentblogt.

Photo credits: 
Ludo Dhelft en Lieven D'hont