Fietsen is gezond. Toch kruipen we massaal achter dat andere stuurTerug naar het overzicht

2997 x bekeken
Bas De Geus
Veerle Dubuy
Romain Meeusen

Fietsen is gezond, punt. Maar waarom zitten we dan nog niet allemaal massaal in het zadel? Regelmatig fietsen heeft zowel fysieke als mentale voordelen en bovendien is het zelf een remedie voor milieuproblemen als lawaai, fijn stof en CO2-uitstoot van de auto’s. Niets dan voordelen! Nochtans zijn fietsers vandaag de dag nog steeds een kleine minderheid. Veel mensen fietsen niet omdat ze zich zorgen maken: de schrik om een ongeval te hebben en twijfels over het inademen van uitlaatgassen van auto’s en ander gemotoriseerd verkeer zoals vrachtwagens en bussen als we door het stadsverkeer fietsen. Maar hoe zit dat nu juist en wat is er dan wel nodig om ons gedrag te veranderen?

Een artikel van de FIETSERSBOND

Fietsen, goed voor lichaam en geest

Fietsen vermindert de kans op aandoeningen als obesitas en hart- en vaatziekten; het vermindert de slechte cholesterol, spier- en gewrichtsklachten en het helpt glucosewaarden te regelen wat zeker voor diabetespatiënten van belang is. Én het is een oplossing voor een fysiek inactief bestaan.

“25 km per week fietsen is al voldoende om een positief effect op de gezondheid en calorieverbruik te hebben, dat is dus maar 2 keer 2,5 km per dag en de verplaatsing in de stad is meestal dat”, aldus VUB-professor Bas de Geus. Hij liet gedurende 1 jaar ongetrainde gezonde mannen en vrouwen naar het werk fietsen. Resultaten wezen uit dat ze zich sterker, energieker en vitaler voelden en dat hun bloeddruk en slechte cholesterol daalde.

Een ander onderzoek bij 500.000 Nederlandse autobestuurders die voor korte afstanden de shift naar de fiets zouden maken, toonde dan weer aan dat de gezondheidsvoordelen van fietsen een pak groter zijn dan de risico’s verbonden aan autorijden. 

Fietsen heeft naast een positief fysiek effect ook een mentale invloed. “Algemeen zien we een positieve impact van fietsen op angstproblemen en milde depressies”, zo stelt Veerle Dubuy, lector aan Howest (sport&bewegen en toegepaste psychologie). “Bewegen verbetert de cognitieve functie, aandacht en slaapkwaliteit. We zien ook een algemeen beter gevoel van psychologisch welzijn: bij velen vermindert het stress, meer plezierbeleving, een verbeterd gemoed en zelfvertrouwen”. Bovendien heeft fietsen ook een sociaal voordeel: recreatief en als transport voor het werk leidt het tot sociale interactie. Fietsen, een antidepressivum zonder bijwerkingen dus.

Ook VUB-professor Romain Meeusen bevestigt dat dagelijkse beweging (en dus ook fietsen) effect heeft op het brein: “Het stimuleert de aanmaak van neuronen en dat zorgt voor de ontwikkeling van de hersenen. Dagelijkse beweging werkt ook preventief en vertraagt processen als o.a. sarcopenie en Alzheimer. Het slechtste wat je eigenlijk kan doen als je ouder wordt, is je bed op het gelijkvloers zetten: je moet die trap blijven opgaan.” In het onderzoek ‘cycling desks’ lieten ze VUB-kantoorwerkers tijdens het werk fietsen aan een lage intensiteit. Uiteraard werd er meer energie verbruikt, maar ook de reactiesnelheid en het aandachtsniveau gingen omhoog. Fietsen maakt het brein dus alerter en reactiever.

Luc Int Panis

Fietsen, een kwestie van routine

Minstens 30 minuten beweging per dag, dat is de gezondheidsnorm voor een volwassene en toch komen vele mensen er niet toe. Ze nemen de lift in plaats van de trap of de auto in plaats van de fiets.  Nochtans, doe je enkele korte afstanden met de fiets (bv. naar de winkel, school of het werk), dan zit je er al snel aan. Fietsen heeft het voordeel dat het naadloos past in je dagelijkse routine. Lichaamsbeweging hoeft dus helemaal geen tijd, geld of moeite te kosten. En de gezondheidswinst boek je al vanaf 30 minuten matige intensiteit per dag, al dan niet opgedeeld in blokken van 10 minuten.

Hoe we actieve mobiliteit als fietsen en wandelen in onze dagelijkse routine in de stad kunnen inpassen, is het onderwerp van het Europees PASTA project (Physical Activity Through Sustainable Transport Approaches). Het verzamelt gegevens over hoeveel mensen bewegen, wat de blootstelling aan vervuiling is, wat de effecten zijn en hoe je mensen effectief kan stimuleren.

Volgens Luc Int Panis van VITO, partner in PASTA, bestaat er een misvatting over de schadelijke effecten van luchtvervuiling. Gedurende vier jaar analyseerde VITO samen met onderzoekers van VUB en UCL de gezondheidseffecten van fietsen naar het werk: ‘SHAPES’. “Het belangrijkste gezondheidsrisico zijn nog altijd de ongevallen.  Bovendien zijn het meestal ‘single bike accidents’, iemand die tegen een paaltje rijdt bijvoorbeeld, en niet door botsing met een wagen. Fietsen is absoluut gezond, maar dan moeten we wel een omgeving creëren die ongevallen voorkomt.” Fietssnelwegen zijn zo’n omgevingen, en bij voorkeur bovendien ver van het gemotoriseerd verkeer.

Dirk Avonts

Gezond fietsen vraagt om slimme routes

Kan je in de stad dan toch maar beter de wagen nemen? Zeker niet.  Dirk Avonts, één van de eerste huisdokters op de fiets en momenteel professor aan de vakgroep huisartsengeneeskunde van de UGent, beaamt: “de hoeveelheid ingeademd fijn stof zal bij de fietser tot 4 keer hoger zijn in vergelijking met een automobilist, maar de lichaamsbeweging door het fietsen zal de negatieve effecten van de luchtverontreiniging op de lange termijn compenseren.”

Hoe verder je fietst van gemotoriseerd verkeer, hoe beter dus. Kies daarom niet altijd voor de snelste, maar wel de minst vervuilde en veiligste route. En ga voor een intensieve training naar een gezonde omgeving zoals het bos. In de Canadese steden Toronto en Montreal bestaat er zelfs een app, de ‘Clean Rider Mapper’ (gebaseerd op data over verkeersstromen en luchtkwaliteit), die fietsers de keuze laat tussen de kortste en schoonste route naar hun bestemming. “Soms kan een omweg van minder dan 1 kilometer resulteren in een veel minder vervuilende rit”, zeggen de ontwikkelaars.

Fietsen levert op, individueel én maatschappelijk

Naast de individuele gezondheidswinst is er ook de collectieve maatschappelijke winst. De fiets is een oplossing voor veel milieuproblemen waar moderne steden mee kampen: geen lawaai, fijn stof of CO2-uitstoot. Bovendien is er minder werkverzuim, minder presenteïsme (werknemer is aanwezig, maar voelt zich niet goed, dus presteert niet goed) en een verhoogde productiviteit bij werknemers. Maar hoeveel brengt het ons nu werkelijk op?

In het eerder vermelde PASTA-project stelde men een rekenmodel op waarin onder meer fietsongevallen, fijn stof, fysieke activiteit en investeringen in fietspaden werden opgenomen. Dat model lieten onderzoekers los op de fietssnelweg Antwerpen-Mechelen. “Het model berekent wat investeren in fietsinfrastructuur qua gezondheidsvoordelen uitspaart over een periode van 20 jaar”, stelt Luc Int Panis. “Elke euro die wordt geïnvesteerd in een fietspad of fietssnelweg levert 2 tot 4 euro aan gezondheidsvoordelen op. Nu kan men voor elk fietsbevorderend project berekenen of de investering opweegt ten opzichte van de gezondheidswinst.” 

Fran Bambust
Ragnar Van Acker
Jo Vandeurzen

Wat we weten, heeft weinig invloed op wat we doen

En als we nu weten hoe goed fietsen wel niet is voor ons, gaan we het dan ook meteen doen? Neen, meer dan feiten is er motivatie nodig. “Ondanks de vele gezondheidsvoordelen van fietsen, zien we dat weinig mensen hun gedrag veranderen”, stelt Veerle Dubuy. We moeten naar een mentaliteitsverandering. In de VUB-onderzoeken bleek bijvoorbeeld dat 98% van de respondenten ook achteraf bleef fietsen. 

“Wat we weten, heeft weinig invloed op wat we doen”, zo stelt Fran Bambust, consulente bij gedragsverandering. Wie niet fietst, zoekt argumenten waarom niet: je stelt een gedrag en legitimeert dat. Dat geldt ook voor gezondheid. Je leest bijvoorbeeld in de krant over een wielrenner met een hartstilstand of een ongeval: argumenten die je bevestigen in je gedrag. Je verandert het gedrag van mensen dan ook niet met informatie, maar wel door dat gedrag te stellen, gewoon doen dus en ervoor zorgen dat het leuk is. En de wereld ook niet opdelen in fietsers en niet-fietsers of beginnende fietsers want dat is zo betuttelend. We zijn flandriens, iedereen voelt zich een beetje fietser. Ook al hebben ze al 20 jaar niet in het zadel gezeten, allemaal hebben we wel een fietsanekdote. Eigenlijk zijn het fietsers in pauze en die moet je activeren, met events bijvoorbeeld zoals een autoloze zondag. Eigenlijk zou dat veel beter een fietsvolle zondag heten, trouwens. Net hetzelfde als ‘denk niet aan een roze olifant’, iedereen heeft het op die dag anders over de auto en niet over de fiets.”

Naast individuele psychosociale variabelen, zoals attitude en sociale invloed, zijn ook omgevingsvariabelen van belang, stelt Veerle Dubuy.  “De gezondheidspromotie focuste vroeger vooral op het individu, maar ook de omgeving speelt een rol: de werkcontext en het beleid. Dat gaat over de nodige voorzieningen zoals fietspaden, douches op de werkvloer, veilige fietsenstallingen maar ook maatregelen als fietsstraten, glijdende werkuren en de fietsvergoeding.”

En ook de zorg heeft haar rol te spelen. Dirk Avonts begon in de jaren ’80 als één van de eerste dokters met huisbezoeken op de fiets. “Toen was men nog niet zo met fietsen bezig, je werd als fietser getolereerd. Vandaag merk ik dat heel wat huisartsen op de (elektrische) fiets overstappen en de auto aan de kant laten staan. Als dokter heb je immers een voorbeeldfunctie.”

Ook het VIGeZ (Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie) neemt naast educatie- ook de omgevingsfactor mee in haar gezondheidsbeleid. Vanuit hun bewegingsvisie gaan ze voor een ‘Gezonde gemeente, werk en school’. De fiets is daarbij één van de keuzes voor actief verplaatsingsgedrag. “Want in gedragsverandering is het belangrijk de keuze te laten”, aldus Ragnar Van Acker van VIGeZ. “In het project ‘10.000 stappen’ staat 10 minuten fietsen gelijk aan 1.500 stappen. In het toekomstige initiatief ‘Beweging op verwijzing’ biedt de coach fietsen als één van de opties aan voor kwetsbare groepen die minder kans hebben om te bewegen. Ze verwijzen daarbij ook door naar fietslessen of deelfietsen, net zoals bij een afgelopen gezondheidsproject met deelfietsen. ‘Frambike: de fiets als integratiemiddel’. “Want wie beter geïntegreerd is, heeft ook makkelijker toegang tot gezondheidsinformatie.” En ook ruimtelijke planning neemt VIGeZ mee. “Een ingreep in de publieke ruimte heeft nu eenmaal een duurzamer karakter dan een eenmalige actie en je creëert een omgeving waar de gezonde keuze het meest voor de hand ligt.” In de samenwerking met het project Bike to Work kaderden de Fietsersbond en VIGeZ het fietsen naar het werk dan weer binnen een ruimer gezondheidsbeleid op het werk. Het resulteerde in een ‘7-stappenplan voor een succesvol fiets-actieplan’.   

We kunnen dus stellen dat de gezondheidsvoordelen van fietsen sterk opwegen tegen de negatieve effecten van luchtvervuiling en ongevallen. En die voordelen zouden nog groter zijn als we ook de omgevingsgerelateerde factoren verder aanpakken. Mobiliteit en gezondheid moeten we dus samen zien, ook op beleidsniveau.

Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Jo Vandeurzen neemt het alvast mee in zijn beleid: “Binnen het Vlaams actieplan voeding en beweging promoten we onder andere fietsen om onze volwassenen en kinderen aan te zetten tot hun dagelijkse portie gezonde beweging. Fietsen is een zeer dankbare vorm van beweging, net zoals stappen, gezien het sterke gezondheidspotentieel in de vrije tijd én functioneel. Dat laatste kunnen we nog meer benutten door meer fietsgebruik te stimuleren én te faciliteren om naar het werk, de school of andere bestemmingen te gaan. Samen met andere beleidsdomeinen Mobiliteit en Omgeving willen we bepalen hoe we naar een ‘gezondheidsvriendelijke omgeving’ kunnen streven zodat de gezonde keuze, de makkelijke keuze wordt.”

Jammer wel dat we ons zorgen moeten maken over de lucht die we inademen. De overheid heeft jarenlang het autogebruik in het algemeen, en dat van dieselwagens in het bijzonder, aantrekkelijk gehouden. Tijd dus voor een andere fiscaliteit die autogebruik ontraadt en fietsen stimuleert. En ook de investeringen in fietsinfrastructuur moeten omhoog en sneller resultaat boeken, zoveel is duidelijk voor de alledaagse fietser.

Zo wordt de snelste route in de toekomst meteen ook de schoonste en veiligste.

Photo credits: 
Anne De Smet (Fietsersbond)